Info Panel
U bent hier:   Home  /  Geschiedenis Overijsselse Kanalen

Geschiedenis Overijsselse Kanalen

Omstreeks 1800 was het overgrote deel van de Sallandse gronden nog woest. De plaatsen en dorpen waren eilanden te midden van een zee van woestenijen, die bestonden uit heide en veen.

Al vanaf het einde van de 18e eeuw nam de behoefte aan goede transportmogelijkheden steeds meer toe. Enerzijds was het de opkomende textielindustrie in Twente die behoefte had aan transport voor zowel aanvoer van grondstoffen als ook het afvoeren van eindproducten. Anderzijds was het de vervening in het noordoosten van Overijssel. Al het handelswaar moest getransporteerd worden. Ook de ontginning van de venen vroeg om transportmogelijkheden via kanalen. Bovendien werd er in Overijssel ijzeroer gevonden dat naar de stad getransporteerd moest worden, waar het tot ijzer verwerkt werd. De functie van de kanalen zou tweeledig zijn; het vervoer van goederen via het water en het reguleren van de waterhuishouding in Overijssel. Door de toename van de huisnijverheid en de behoefte aan transport voor grote hoeveelheden veen, ijzeroer en dergelijke, zijn de bestaande beken en riviertjes verbeterd en zijn nieuwe kanalen gegraven. Door het graven van de kanalen konden de veengronden hun water kwijt zodat de vervening toenam.

De ontwikkeling van de vaarwegen in Overijssel ging niet zonder slag of stoot. Vervoer over de weg voldeed niet aan de behoefte. Weliswaar werden er in de 1e helft van de 19e eeuw nieuwe wegen aangelegd, zoals de straatweg van Deventer naar Oldenzaal en de weg van Zwolle naar Hengelo. Doch hier deed zich het probleem voor dat op vele plaatsen tol moest worden betaald; dat maakt het vervoer erg kostbaar. Vervoer over water was weliswaar mogelijk maar er kleefde tal van bezwaren aan; de kleine Overijsselse riviertjes en beken hadden in de zomertijd een waterstand die te laag was voor de scheepvaart. Zelfs de zompen met hun platte bodems konden dan niet varen. In de winter overstroomden de rivieren en beken geregeld, zodat ook dan nauwelijks scheepvaart mogelijk was.

Er werden genoeg plannen tot kanalisatie gemaakt omdat er oog was voor de infrastructurele problemen die door de industrialisatie groter werden. Echter lagen de kosten van de kanalisatie te hoog of het ontbrak aan de aanvoer van voldoende water voor de kanalen.

In 1845 werden alle kanalisatieplannen overboord gezet. Dat komt omdat in 1843 een maatschappij werd opgericht die tot doel had spoorwegen aan te leggen: de Overijsselse Spoorweg Maatschappij. Er werden plannen gemaakt voor een spoorverbinding van Zwolle naar de Duitse grens en van Deventer naar Raalte. Men dacht immers doordat er spoorwegen aangelegd zouden worden de infrastructurele problemen voorgoed weg zouden zijn. Eind 1845 was het vooruitzicht om spoorwegen in Overijssel aan te leggen alweer van de baan, de kosten bleken te hoog. Men kreeg nu wel goed in beeld dat men, zo snel mogelijk, op de oude kanalisatieplannen terug moest komen.

Geschiedenis Overijsselse Kanalen

Op 13 oktober 1850 is aan de N.V. O.K.M. (Overijsselse Kanalisatie Maatschappij) door de minister van Binnenlandse Zaken concessie verleend tot het aanleggen en exploiteren van enige kanalen in de provincie Overijssel. Zo zijn er in Overijssel verschillende kanalen gegraven.

Eén van de kanalen zou door Raalte gaan. Echter bij de werkzaamheden van sectie drie (waar o.a. Raalte onder viel) ontstonden problemen als gevolg van het niet slagen van de onteigening van gronden. Landeigenaren in enkele buurtschappen wilden hun gronden niet verkopen ten bate van de kanalisatie. Op 19 mei 1853 werd het besluit genomen om het kanaalgedeelte dat door Raalte zou gaan, te verleggen met 3.000 el (circa 2 km) naar het oosten.

De gemeente Raalte heeft, als aandeelhouder van de O.K.M., de O.K.M. weten te overtuigen om het kanaal alsnog door Raalte te laten lopen, door aan te voeren dat de verlegging extra aanlegkosten met zich mee zou brengen. De landeigenaren die weigerden te verkopen, werden voor de rechter gedaagd. De O.K.M. werd in haar gelijk gesteld.

 

Geschiedenis Overijsselse Kanalen Figuur 4

Verdeling van de secties van de Overijsselse kanalen

 

Op 7 september 1858 werd sectie drie opengesteld voor de schipperij. Op de afbeelding is de sectieverdeling van de Overijsselse Kanalen te zien; sectie drie gaat door Raalte.

De O.K.M. heeft de kanalen tot in 1941 geëxploiteerd, aanvankelijk met positieve uitkomsten, geleidelijk aan met een steeds groter wordend exploitatieverlies. Doordat de kanalen in de behoefte bleven voorzien, is op 22 juli 1941 de M.O.K. opgericht waarin het Rijk financieel deelnam.

Rond 1945 wordt er reeds een voorstel aangedragen om het kanaalgedeelte Deventer-Raalte te sluiten voor de scheepvaart. Het jaarverslag van de MOK van 1956 geeft de volgende woorden weer: “Zoals echter reeds 10 jaren geleden bij een desbetreffend voorstel van de Minister van Financiën is gebleken, zal een eventuele sluiting van het kanaalgedeelte Deventer-Raalte voor de scheepvaart op ernstig verzet stuitten bij het gemeentebestuur van Raalte en de te Raalte gevestigde landbouwcoöperaties en industrieën, die hun goederen en grondstoffen over het kanaal vanuit Deventer aanvoeren. Voor Raalte blijft er dan nog wel de scheepvaartverbinding met Zwolle, maar deze is -behalve door de slechte bevaarbaarheid- weinig aantrekkelijk, doordat zij ongeveer 7 kilometer langer is dan de verbinding met Deventer en doordat er zich drie sluizen in bevinden”.

De kosten voor onderhoud van de kanalen was te hoog, maar toch heeft het lang geduurd voordat de kanalen definitief voor de scheepvaart gesloten werden. Steeds waren er mensen die tegen het besluit van sluiting kanaalvlak Deventer-Raalte opkwamen. In de eerste week van februari 1974 trok een groot gedeelte van de bevolking van Raalte op naar Den Haag om de regering te overtuigen van de noodzaak om de scheepvaartroute te verbeteren. Dit deden zij als verklede Vikingen in een boot die omgebouwd was als drakenschip.

Omdat het vrachtvervoer op de wegen in grootte en gewicht toenam ontstond er veel schade aan de bruggen. Deze bruggen moesten in de loop van de jaren zwaarder en breder gemaakt worden om aan de eisen van het zwaardere vrachtvervoer te kunnen voldoen. Helaas zijn er om die redenen vele historische bruggen verdwenen uit het Sallandse landschap.

Bestaande bruggen, meerpalen en dergelijke voldeden niet meer aan de eisen van die tijd. In 1987 verwijderde de Maatschappij van de Overijsselse Kanalen remmingwerken van drie bruggen en een aantal meerpalen in de gemeente Raalte. Hiertegen kwam de Bond Heemschut in het verweer. De Bond, hierin onder andere gesteund door de Recreatiegemeenschap Salland, eiste dat er een aantal bruggen (daterende rond 1900) maar ook het tot het kanaal behorende meubilair zou worden behouden, op grond van zijn cultuurhistorische waarde en het landschappelijk aanzien van het kanaal en zijn omgeving.

Het waterschap is hiermee uiteindelijk akkoord gegaan, maar wenste de mogelijkheid open te houden en de verwijdering van dit meubilair alsnog te realiseren wanneer dat ten behoeve van de waterbeheersing nodig zou zijn. Een jaar later zou het kanaalgedeelte Deventer-Raalte voor de scheepvaart gesloten worden.

Op 1 Augustus 1988 is het kanaalvlak Deventer-Raalte definitief voor de scheepvaart gesloten. Vanaf dat moment vervult het kanaal alleen de functie voor waterhuishouding. Op 21 december 1989 is door de aandeelhouders besloten om de M.O.K. te ontbinden. Dat is per 31 december 1989 geëffectueerd.

https://nl.wikipedia.org/wiki/Overijsselse_Kanalen